Secuur werk

STRIJKSTOKKENMAKER
Foto en tekst: Werry Crone — Trouw, 22-06-2002

De eerste vraag die ik altijd weer krijg is, 'kun je daar van leven?' Ja dus. Althans. Sinds een jaar of vijf, zes. We woonden in Engeland, waar ik een opleiding tot vioolbouwer heb gevolgd. In Londen liep ik een strijkstokkenmaker tegen het lijf, Matthew Coltman. hij zei 'pak je vioolbouwspullen' en zo kwam ik op zijn atelier terecht. Ik had daar nu nog kunnen zitten, maar wij wilden geen Engelse kinderen en ik dacht: in Nederland zijn geen strijkstokkenmakers. In het begin hing ik briefjes op in conservatoria en in zalen waar orkesten optraden. Later ging een vriend in Zwitserland ook mijn stokken verkopen en van lieverlee ging het lopen. Wij kennen in Nederland niet de traditie dat je voor een strijkstok naar iemand anders gaat dan naar degene die je viool bouwt.

Ik werk in de lijn van Francois Tourte (1748 -1835), de Fransman die voor de strijkstokkenmakers de betekenis heeft die Stradivarius heeft voor de vioolbouwers. Hij ontdekte het Braziliaanse pernambuco-hout voor de moderne strijkstok. De balans tussen gewicht en flexibiliteit is bij deze houtsoort ideaal. Je wilt voor.een vioolstok een 'stang' met een gewicht van zo'n 60, 65 gram die flexibel is en toch stevig genoeg om de kracht te weerstaan die er tijdens het spelen op wordt uitgeoefend. Bij een zwaardere houtsoort moet je verder doorschaven om de stok lichter te maken, maar dat gaat ten koste van de spankracht. De slof is weër van ebbenhout.

Met houtbewerking alleen ben je er overigens niet. Verschillende metalen onderdelen maak ik zelf. Dat betekent ook weer vijlen en meten totdat elk onderdeeltje perfect past. Alle delen van de stok hebben hun eigen gewicht en bepalen tezamen hoe de stok in de hand ligt. Het zilverdraad waarmee de handgreep omwikkelt wordt kan ik bijvoorbeeld lichter maken door draad te nemen met een nylon kern in plaats van draad van honderd procent zilver.

Helemaal af is de stok pas wanneer ik het brandstempel met mijn naam heb aangebracht. En dan komt het erop aan. Is de klank mooi? Daar gaat het uiteindelijk om. En hoe muzikaal je ook bent, het beoordelen van de klank blijft toch iets subjectiefs. De ideale stok bestaat dan ook niet. Voor bijvoorbeeld de zware laat-negentiende-eeuwse Stukken gebruik je een andere stok dan voor Bach. De eerste Strumphler in Nederland was orgelbouwer. De Eusebiuskerk in Arnhem heeft bijvoorbeeld een echte 'Strumphler' en die wordt nog steeds geroemd. Het zit misschien toch in de familie.