Home | Over Strijkstokken | Een strijkstok aanschaffen | Over Jan Strumphler | Een Strumphler-stok | Fotoalbum | Nieuws | Contact

Home | About bows | Choosing and buying a bow | About the maker | Strumphler bows | Photo album | News | Contact

Een stok aanschaffen

Een strijkstok aanschaffen is voor veel (amateur-)musici een moeilijke opgave. Er zijn zoveel keuzes te maken en zoveel zaken waar je rekening mee moet houden, dat veel mensen op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer zien. Hoewel u de enige blijft die kan bepalen welke stok het beste bij u, uw instrument en uw manier van spelen past, staat hieronder een aantal punten waar u wellicht iets aan heeft bij uw zoektocht.

Een strijkstok kunt u aanschaffen bij een muziekhandel of een vioolbouwer, maar u kunt ook naar een gespecialiseerde strijkstokkenmaker gaan. Het voordeel hiervan is dat deze – behalve bestaande stokken – ook door hemzelf gebouwde stokken verkoopt en dat hij eventueel rekening kan houden met specifieke wensen op het gebied van balans, gewicht, flexibiliteit en maatvoering.

Bedenk dat een goede strijkstok minstens zo belangrijk is als een goed instrument. Soms ­– maar zeker niet altijd –  is de strijkstok die het beste bij uw instrument of bij u past, duurder dan het instrument waar u op speelt.

Oud is niet per se beter dan nieuw. Veel mensen denken dat een oude strijkstok per definitie beter is dan een nieuwgebouwde stok. Dit zit echter voor een groot deel ‘tussen de oren’. Natuurlijk zijn er vele prachtige oude stokken, zoals er ook vele prachtige oude instrumenten zijn. Maar er komen ook veel oude stokken op de markt die niks beter, en soms zelfs slechter, zijn dan een goede nieuw gemaakte stok, maar waarvoor wél veel meer betaald moet worden. Let dus bij aanschaf niet in de eerste plaats op de ouderdom, maar op de kwaliteit en de klank van de stok en bepaal zelf of die bij u en uw instrument past.

Probeer niet te veel stokken tegelijk uit, dit maakt kiezen alleen maar ingewikkelder. Beter is het om steeds maximaal twee stokken tegelijk uit te proberen. Daaruit kiest u de stok die u het best bevalt. Naast die stok probeert u eventueel weer een andere stok, kiest er de beste uit, enzovoorts.

Bedenk dat het wennen aan een andere strijkstok soms tijd nodig heeft omdat bijvoorbeeld de balans en het gewicht anders zijn dan u gewend bent.

U bent van harte welkom
Maak gerust een afspraak om het atelier te bezoeken en in alle rust uw keuze te overleggen. Op de contactpagina vindt u onze adresgegevens en een routebeschrijving.

Gevoelige snaar

Tekst: Jacqueline Wesselius
Fotografie: Patrick van der Sande — Vivant, winter 2005

Muziek is Jan Strumphler met de paplepel ingegoten. Het was dus niet zo heel verwonderlijk dat zijn liefde voor de muziek én voor hout leidde tot het zeldzame beroep van strijkstokkenmaker.

Het was een combinatie van toeval en geluk, die Jan Strumphler naar het zeldzame ambacht van strijkstokkenmaker leidde. Tenminste, zo beschrijft hij het zelf. Maar eigenlijk kan het geen toeval zijn. Net zomin als het toeval is dat je door de muziekkamer moet om zijn werkplaats binnen te gaan. Zijn kinderen musiceren zoals ze ademhalen, net zoals dat in zíjn ouderlijk huis het geval was. Zijn vader was een verdienstelijk amateurcellist, zijn moeder had een conservatoriumopleiding en speelde piano. Zijn Franse stiefmoeder was celliste van beroep. ‘Zij heeft me ooit ingefluisterd dat ik strijkstokken moest gaan maken. Zoals de bakermat van de vioolbouw in Italië ligt, zo ligt die van het strijkstokken maken in Frankrijk. Maar zelfs daar was dat beroep destijds zeldzaam geworden en doordat ik iets met hout had, leek haar dat wel wat. Maar daar was toen geen opleiding voor - behalve in het Franse Mirecourt, in de Vogezen, dat vooral vroeger voor strijkstokken was wat het Italiaanse Cremona nog steeds voor de vioolbouw is.’

In eerste instantie koos Jan Strumphler dus voor een andere manier van houtbewerken: hij volgde een meubelmakersopleiding. Maar één van zijn schoolvrienden wilde vioolbouwer worden en ging naar de opleidingen hiervoor kijken. ‘Dat sprak me wel aan, ik ging met hem mee en tenslotte ben ik in Engeland terechtgekomen. Zoals ik met mazzel op de meubelmakersopleiding was toegelaten - daar was nog één gaatje open -, had ik ook hier mazzel. Er was een wachtlijst en toch hebben ze mij gekozen.’

Assistent
Toen hij eenmaal vioolbouwer was, wilde hij zich meer verdiepen in het maken en repareren van strijkstokken, want dat kwam op de opleiding amper aan bod. Jan Strumphler nam contact op met strijkstokkenmaker Matthew Coltman in de Londense wijk Ealing. ‘Ik vroeg hem of ik bij hem kon komen werken. Hij zei dat ik zo nu en dan maar eens moest langskomen. Maar een paar maanden later kreeg ik een kaartje: hij wilde een assistent.’

Aan het vioolbouwen kwam toen een eind: ‘Coltman zei: pak je vioolbouwspullen maar in, die zul je niet meer gebruiken. Dat klopt. Ik heb nog wel zelf een cello gebouwd en die ook leren bespelen, maar verder doe ik het niet meer, hoe verleidelijk het soms ook is. Het is te complex. Ik merk dat ik, na zestien jaar, nog altijd beter word. Iedereen met aanleg kan leren een viool en een strijkstok te maken, maar die te laten klinken zoals je voor ogen staat,dat is een kwestie van ervaring, van heel veel doen. Daarom wil ik niet die twee ambachten combineren.’

Stradivarius van de strijkstokken
Het ambacht van strijkstokkenmaker bestaat in feite al uit meerdere ambachten. Er is de bewerking van het hout: pernambuco, geïmporteerd uit Brazilië, waarvan François Tourte (1747-1835) - die wel de ‘Stradivarius van de strijkstokken’ wordt genoemd - ontdekte dat het ’t beste was voor strijkstokken. Pernambuco wordt gezaagd (waarbij overigens een kleurstof vrijkomt, die de luchtwegen irriteert) en boven een gasvlam gebogen om de juiste kromming te bereiken. Er is het moeilijke aanbrengen van paardenhaar, dat je pas na ‘honderden keren’ in de vingers krijgt. Er komt een paarlemoeren, op maat te snijden schuifje aan te pas om het houten wiggetje waarmee het haar wordt vastgezet, af te dekken. Er zijn diverse zilveren en andere metalen plaatjes om de onderdelen - slof, stok, haar, schuifje - aan elkaar te bevestigen. Jan Strumphler maakt alles zelf, op één klein moertje na. Zelfs het gereedschap. Geen wonder dat in één strijkstok een week werk gaat zitten.

Elke strijkstok is anders. Niet alleen varieert de lengte en het gewicht naar gelang hij bestemd is voor een viool, een altviool, een cello of een contrabas. Hoe kleiner het instrument, hoe langer - maar ook: hoe lichter - de stok. En elk stukje hout heeft zijn eigen dichtheid, flexibiliteit en balans. Gevolg: ‘Elke strijkstok heeft z’n eigen klank, en die is weer anders bij elk instrument en iedere persoon.’

Driehonderd jaar oud
Strumphler maakt niet alleen nieuwe stokken, hij restaureert en repareert er ook veel. ‘Het is heel bevredigend om iets wat oud en kapot is, weer functioneel en mooi te maken. En antieke stokken zijn vaak nog heel bruikbaar. Mijn grootste concurrent is dan ook het verleden. Het is wel gek dat we, in een tijd waarin we de ruimte gaan ontdekken, een bepaalde vorm van muziek nog maken met dingen van driehonderd jaar oud. Strijkstokkenmakers en vioolbouwers zouden eigenlijk subsidie moeten krijgen, want samen met de musici houden we iets heel bijzonders in stand. Ik denk dat ons vak nu weer op een even hoog niveau staat als in de tijd van Stradivarius of Tourte.’

Over Jan Strumphler

Jan Strumphler werd geboren in 1958 in Haarlem. Van 1984 tot 1987 volgde hij de vioolbouwopleiding aan de Newark School of Violinmaking in Engeland. Hierna ging hij werken bij de gerenommeerde strijkstokkenmaker Matthew Coltman in Londen. In 1989 kwam hij terug naar Nederland en vestigde zich als strijkstokkenmaker in Vleuten. Daar houdt hij zich sindsdien in zijn eigen atelier bezig met zowel nieuwbouw als reparatie en restauratie van strijkstokken. Sinds 1997 is Strumphler secretaris van de Nederlandse Groep van Viool- en Strijkstokkenmakers (NGV).

Hij is niet de eerste Strumphler die zijn brood verdient met de combinatie van muziek en ambacht. De eerste Strumphler die, aan het einde van de 18de eeuw, vanuit Duitsland naar Nederland kwam was de bekende orgelbouwer Johannes Strumphler. In heel Nederland kunt u nog kerk- en huisorgels van zijn hand aantreffen die nog altijd worden bespeeld, onder andere in de Eusebiuskerk in Arnhem en de Geertekerk in Utrecht.

De media over Jan Strumphler

In verschillende media is de afgelopen jaren aandacht besteed aan Jan Strumphler strijkstokken:

Verder is in het boek 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, uitgegeven ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Nederlandse Groep van Viool- en Strijkstokkenmakers in 1999, een interview met hem opgenomen en een aantal van zijn strijkstokken afgebeeld. Het boek is in de boekwinkel uitverkocht, maar voor belangstellenden heeft Jan nog enige exemplaren beschikbaar.

Over strijkstokken

Geschiedenis

De Fransman François Tourte (1748–1835) heeft voor strijkstokkenmakers dezelfde betekenis als Stradivarius heeft voor vioolbouwers. Hij zette de standaard voor de moderne strijkstok en gebruikte als eerste het pernambucohout, dat een perfecte verhouding geeft tussen gewicht, balans en flexibiliteit.

Andere beroemde strijkstokkenmakers uit het verleden zijn onder meer Peccatte, Henry, SIMON, Lamy en Sartory uit Frankrijk, Dodd, Tubbs en Hill uit Engeland en Knopff, Nürnberger en Pfretzschner uit Duitsland. In Nederland trof men tot het eind van de jaren tachtig van de twintigste eeuw nauwelijks aparte professionele ateliers van strijkstokkenmakers aan. Meestal werd het strijkstokkenwerk gedaan door vioolbouwers.

Materiaal

In een strijkstok zijn verschillende materialen verwerkt. De stang van een moderne strijkstok wordt gemaakt van hout of kunststof; die van een barok strijkstok van slangenhout (ook wel letterhout genoemd). Het montuur – de spanschroef, de hiel van de slof en de slofring of D-ring – is van metaal. Afhankelijk van de kwaliteit en de prijs van de stok kan dit nikkelzilver, zilver of goud zijn. De slof van de stok is meestal van ebbenhout en soms (bij goedkopere stokken) van kunststof. Deze slof wordt aan de zijkanten vaak versierd met een parelmoeren oog. Ook het schuifje aan de onderkant van de slof is vaak van parelmoer. Waar de duim de stok vasthoudt, zit een duimleertje van leer of kunstleer. Naast het duimleertje zit een omwikkeling (soms in twee kleuren) van zilverdraad en zijde. Het kopplaatje aan de punt van de stok is vaak van ivoor, been, of zilver gemaakt. De stang wordt bespannen met paardenhaar, afkomstig uit Mongolië en Siberië.

De stang van de meeste handgemaakte, moderne strijkstokken wordt gemaakt van pernambuco. Dit is een hardhoutsoort uit de provincie Pernambuco in Brazilië. Vroeger werd deze houtsoort in Europa ingevoerd vanwege de paarsrode kleurstof. Het hout moest daarvoor geraspt worden, wat bij veel mensen irritaties van de luchtwegen veroorzaakte. Om deze reden liet men die werk vaak doen door misdadigers: zij werden dan veroordeeld tot het ‘rasphuis’. Tegenwoordig wordt het hout alleen nog gebruikt voor strijkstokken.
Voor goedkopere, veelal industrieel vervaardigde, strijkstokken wordt veelal gebruikgemaakt van brazielhout.

Onderhoudstips

  • Stofzuig regelmatig de kist waarin u de stok bewaart. Dit om te voorkomen dat het haar op de stok wordt aangevreten door de larfjes van de museumkever die soms in vioolkisten wordt aangetroffen.
  • Maak eventueel de stang na het spelen met een zachte doek harsvrij.
  • Ontspan na het spelen altijd het haar op de stok, om te veel uitrekken van het haar en breuk van de stok te voorkomen.
  • Laat uw strijkstok gemiddeld ongeveer een keer per jaar opnieuw beharen. Afhankelijk van gebruik kan dit natuurlijk vaker of minder vaak nodig zijn.
  • Scheur gebroken haren (als het er niet te veel zijn) los over de kopplaat of knip ze voorzichtig af.

Referenties

In de afgelopen 17 jaar hebben vele amateur- en beroepsmusici én vioolbouwers de weg naar het atelier van Jan Strumphler weten te vinden. Enkele geluiden van tevreden klanten:

‘There are legions of new bowmakers, but real talent is rare. Bows by Jan Strumphler are harmonious compositions of fine materials and talented craftmanship, producing tonal excellence.’
– Philip Cray, vioolbouwer in Bazel, Zwitserland.

‘Ik ben in het bezit van een aantal schitterende oude Franse strijkstokken, maar de klank van mijn viool komt pas echt goed tot zijn recht, sinds ik met een stok van Jan Strumphler speel.
–  Caroline Strumphler, aanvoerder tweede violen, Concertgebouworkest Amsterdam.

‘I’ve been using Strumphler bows for a couple of years now: A beautiful copy of a Pecatte as well as a baroque bow. I can only say that both of them are of highest quality: they produce a rich and clear sound and do what you want them to – what more can you ask for?’
–  Thomas Demenga, cellist/componist, Bern, Zwitserland. Bezoek website »

'Al jaren heb ik een strijkstok van Jan en met mij vele van mijn leerlingen. Waarom? Omdat ze erg goed zijn, prachtig gemaakt, met veel kennis en liefde voor zijn vak.'
- Peter Stotijn, Hoofdvakdocent Contrabas Conservatorium van Amsterdam

Secuur werk

STRIJKSTOKKENMAKER
Foto en tekst: Werry Crone — Trouw, 22-06-2002

De eerste vraag die ik altijd weer krijg is, 'kun je daar van leven?' Ja dus. Althans. Sinds een jaar of vijf, zes. We woonden in Engeland, waar ik een opleiding tot vioolbouwer heb gevolgd. In Londen liep ik een strijkstokkenmaker tegen het lijf, Matthew Coltman. hij zei 'pak je vioolbouwspullen' en zo kwam ik op zijn atelier terecht. Ik had daar nu nog kunnen zitten, maar wij wilden geen Engelse kinderen en ik dacht: in Nederland zijn geen strijkstokkenmakers. In het begin hing ik briefjes op in conservatoria en in zalen waar orkesten optraden. Later ging een vriend in Zwitserland ook mijn stokken verkopen en van lieverlee ging het lopen. Wij kennen in Nederland niet de traditie dat je voor een strijkstok naar iemand anders gaat dan naar degene die je viool bouwt.

Ik werk in de lijn van Francois Tourte (1748 -1835), de Fransman die voor de strijkstokkenmakers de betekenis heeft die Stradivarius heeft voor de vioolbouwers. Hij ontdekte het Braziliaanse pernambuco-hout voor de moderne strijkstok. De balans tussen gewicht en flexibiliteit is bij deze houtsoort ideaal. Je wilt voor.een vioolstok een 'stang' met een gewicht van zo'n 60, 65 gram die flexibel is en toch stevig genoeg om de kracht te weerstaan die er tijdens het spelen op wordt uitgeoefend. Bij een zwaardere houtsoort moet je verder doorschaven om de stok lichter te maken, maar dat gaat ten koste van de spankracht. De slof is weër van ebbenhout.

Met houtbewerking alleen ben je er overigens niet. Verschillende metalen onderdelen maak ik zelf. Dat betekent ook weer vijlen en meten totdat elk onderdeeltje perfect past. Alle delen van de stok hebben hun eigen gewicht en bepalen tezamen hoe de stok in de hand ligt. Het zilverdraad waarmee de handgreep omwikkelt wordt kan ik bijvoorbeeld lichter maken door draad te nemen met een nylon kern in plaats van draad van honderd procent zilver.

Helemaal af is de stok pas wanneer ik het brandstempel met mijn naam heb aangebracht. En dan komt het erop aan. Is de klank mooi? Daar gaat het uiteindelijk om. En hoe muzikaal je ook bent, het beoordelen van de klank blijft toch iets subjectiefs. De ideale stok bestaat dan ook niet. Voor bijvoorbeeld de zware laat-negentiende-eeuwse Stukken gebruik je een andere stok dan voor Bach. De eerste Strumphler in Nederland was orgelbouwer. De Eusebiuskerk in Arnhem heeft bijvoorbeeld een echte 'Strumphler' en die wordt nog steeds geroemd. Het zit misschien toch in de familie.

Jan Strumphler Strijkstokken

Bij Jan Strumphler strijkstokken kunt u terecht voor verschillende soorten handgemaakte strijkstokken voor alle strijkinstrumenten, reparaties en restauraties, beharingen en onderhoud. Ook worden soms (studie)stokken van andere bouwers te koop aangeboden.

Nieuwbouw
Voor de moderne strijkstokken voor viool, altviool, cello, contrabas gebruikt Jan Strumphler eerste klas pernambucohout en werkt hij in de stijl  van de grote  Franse meesters uit de 19de eeuw. Desgewenst kunnen strijkstokken ‘op maat’ gemaakt worden en kan er rekening gehouden worden met specifieke wensen, bijvoorbeeld op het gebied van gewicht of balans. Ook een exacte kopie van een favoriete model behoort tot de mogelijkheden. De stokken zijn voorzien van een zilver- of goudmontuur.

Jan Strumphlers klassieke en barok strijkstokken zijn van slangenhout (ook wel letterhout genoemd), of pernambuco. Ze zijn gemaakt naar modellen uit de 17de en 18de eeuw.

Reparatie en restauratie
Jan Strumphler is zeer ervaren in het repareren van gebroken koppen, het maken van kopieën van sloffen, bocht- en balanscorrectie, en grote restauraties. Maar ook voor klein onderhoud, zoals het vervangen van parelmoer, kopplaatjes en dergelijke kunt u natuurlijk bij hem terecht.

Beharingen
Beharingen zijn in principe altijd de volgende (werk)dag klaar, indien tijdig gebracht.

Verkoop strijkstokken van andere bouwers
Jan Strumphler heeft geregeld in verschillende prijsklassen (studie)stokken van andere bouwers, modern en oud,  in de verkoop. Neem voor het laatste aanbod telefonisch contact op.

U bent van harte welkom
Maak gerust een afspraak om het atelier te bezoeken en in alle rust uw keuze te overleggen. Op de contactpagina vindt u onze adresgegevens en een routebeschrijving.

About bows

History

The Frenchman François Tourte (1748–1835) is for bow makers what Stradivarius is for violin makers. He laid down the standard for the modern bow and was the first to use Pernambuco wood, which gives the perfect ratio between weight, balance and flexibility.

Other famous bow makers from the past are, among others, Peccatte, Henry, Simon, Lamy en Sartory from France, Dodd, Tubbs and Hill from Engeland and Knopff, Nürnberger and Pfretzschner from Germany. Until the end of the eighties of the 20th century, hardly any specialised bow makers were to be found in the Netherlands. Mostly, bow work was done by violin makers.

Materials

Several materials are being used in a bow. The stick of a modern bow is made of wood or a synthetic material. Baroque bows are made of snake wood. The mounting – the screw, the heel of the frog and the D-ring – are from metal. Depending on the quality and price of the bow, this could be nickel silver, silver or gold. Usually ebony is used for the frog, but in cheaper bows this is sometimes replaced by a synthetic material. The sides of the frog are often decorated by a mother of pearl eye. This same material is often used for the slide on the bottom of the frog. Where the thumb holds the bow, there is a thumb piece, made of (imitation)leather. The winding, next to the thumb piece, is made of silver and silk (sometimes bicolour). The face at the tip of the bow is often made of ivory, bone or silver. The stick is strung with horse hair, from Mongolia or Siberia.

The stick of most modern handmade bows is from Pernambuco wood, a hardwood variety from the province of Pernambuco in Brazil. In the old days, this wood was being imported into Europe for its purple-red pigments, which were used in the textile industry. For obtaining the pigments, the wood needed to be rasped. Because the rasping of this wood caused many allergic reactions, the work was usually done by criminals who were convicted to the so called rasp-house. Nowadays, the wood is only being used for bow making. Cheaper, often industrially made, bows are often made of Brazil wood.

Maintenance tips

  • Regularly vacuum clean the case in which you keep your bow to prevent the hair being destroyed by the museum beetle, which is sometimes found in violin cases.
  • If necessary, remove the rosin from your bow with a soft cloth
  • Always release the hair on the bow after playing to prevent the hair from stretching and the bow from breaking.
  • Have your bow re-haired regularly, on average once a year. Depending on usage, this may be needed more or less often.
  • Loose hairs (if there are not too many) may be broken off over the face, or carefully cut off with scissors.

Choosing and buying a bow

EeChoosing and buying a bow is a difficult task for many (amateur) musicians. With so many choices to make and so many variables to take into consideration, after a while many people stop seeing the woods for the trees. Although you remain the only person who can decide which bow suits you, your instrument and the way you play best, the following tips might help you in your search.

You can buy a bow from a violin maker, but you can also go to a specialised bow maker. The advantage of this is that, besides selling existing bows, he also sells bows that are newly made by himself and that he can on request adapt the bow to suit specific wishes, for instance with regard to balance, weight, flexibility or size.

A good bow is at least as important as a good instrument. Sometimes, but certainly not always, the bow that suits you or your instrument best, turns out to be more expensive than the instrument you play.

Old is not always better than new. Many people think that by definition an old bow is better than a new one. Partly, however, this is just in the mind. Of course, there are a great many beautiful old bows, just as there are many beautiful old instruments. But a lot of the old bows on the market are no better, and sometimes even worse, than a well-made new bow, but still you pay the price as for an ‘antique’. So, when purchasing a bow, don’t focus on antiquity, but on quality and sound. You alone can be the judge on whether that suits you and your instrument.

Don’t try too many bows at once, this makes choosing only more complicated. It’s better to limit your choice to two bows at the time. From these, you choose the one that you like best. Next to this one, you can then try another one, choose the one you like best, etc.

Realise that getting used to a new bow may take time, because the balance, weight, etc. might be different from what you are used to.

You’re welcome!
You’re always welcome to make an appointment to visit the atelier. Here you can make or discuss your choice at leisure. You’ll find our address and how to get there on the contact page.

Jan Strumphler Bows

At Jan Strumphler’s atelier, you’ll find different types of handmade bows for all stringed instruments. Also, Jan Strumphler takes care of all your repairs and restorations, re-hairs en maintenance and occasionally he has (study)bows for sale made by other makers.

Newly made bows
For his modern bows for violin, viola, cello and bass, Jan Strumphler uses first class Pernambuco wood and works in the tradition of famous French bow makers from the 19th century. On request, bows can be made ‘to measure’ or adapted to suit specific wishes, for instance with regard to balance, weight, flexibility or size. If you wish, Jan Strumphler makes an exact copy of your favourite model. Bows are silver- or gold-mounted.

Classical or baroque bows are made to models from the 17th and 18th century from snake wood or Pernambuco wood.

Repairs and restorations
Jan Strumphler is an expert at repairing broken heads, making copies of frogs, correcting camber and balance and large restorations. Of course, he also takes care of all your small maintenance, like replacing mother of pearl, faces and such.

Re-hairing
If handed in before 11 o’clock, re-hairs are normally ready the next (work)day.

Sale of bows by other makers
Regularly, Jan Strumphler has (study)bows made by other makers for sale in several price ranges, both modern and old. Please contact the atelier by phone for what’s currently on offer.

You’re welcome
You’re always welcome to make an appointment to visit the atelier. Here you can make or discuss your choice at leisure. You’ll find our address and how to get there on the contact page.

© 2005 Jan Strumphler | EuroTech Marketing | Tekst: Ellen Hooije